Zonnelabel

Methodiek

Modelupdates

Het Zonnelabel is een rekenmodel, en een model wordt beter door fouten te vinden. Hier staat elke wijziging aan de berekening: wat we aanpasten, wanneer, waarom en wat het met de labels deed. Hoe de berekening nu werkt, lees je in de methodiek.

Huidige versie

v6

sinds 30 september 2026

Zo controleren we

Sinds september 2026 testen we elke wijziging aan de berekening tegen vaste controles: 28 controleadressen en de ijkscenario's uit de methodiek. Wat er daarbij verschuift, staat hieronder bij de update.

  1. Pro-rapport

    Het Pro-rapport wordt een volledig rapport, met zon en licht per windrichting

    Aanleiding: Wie een huis koopt of verkoopt, wil weten of het binnen zonnig en licht is, niet alleen hoe de tuin scoort. En het rapport moest lezen als een rapport: met een voorblad, een inhoudsopgave en achterin een verantwoording.

    • Nieuw hoofdstuk over zon en licht per windrichting. Per gevelrichting staan de directe zon (jaarrond, in de zomer, in de winter en per klokuur) en het daglicht, vergeleken met een vrijstaande gevel in dezelfde richting op dezelfde plek. Daaruit volgen twee oordelen: zon binnen, op de labelschaal, en licht binnen, in vijf klassen.
    • Voorblad, inhoudsopgave met paginanummers en een samenvatting met conclusie. Achterin staan de methodiek, de beperkingen, een begrippenlijst en de verantwoording.
    • Bij een gestapelde woning ging de schaduwanalyse over grond die bij het complex hoort; nu gaat die over de gevels. Zonder erkende tuin gaat de analyse over de buitenzijde die in het label meetelt.
    • De ijkladder in het rapport gebruikt de waarden van model v6.

    Effect: De labelberekening zelf veranderde niet.

  2. v6Berekening

    Diffuus daglicht gemeten per windrichting, en een schaal die woningen met woningen vergelijkt

    Aanleiding: Twee dingen kwamen samen. Bij het doorrekenen van de labelberekening bleek dat we de vraag “hoe licht is het bínnen?” helemaal niet maten, maar invulden met één vast getal dat voor elke woning in Nederland gelijk was. En we vonden het label zelf te streng: de gewone goede Nederlandse tuin — zuiden, achterburen op twaalf meter — kwam uit op een C, wat voor een koper noch een verkoper bruikbaar is. Een backtest op alle 170 meldingen via “Klopt dit niet?” wees daarbij een eerste opzet van het diffuse daglicht af, omdat die de windrichting uit het cijfer haalde; die is hier hersteld.

    • Het daglicht op de gevels wordt nu gemeten in plaats van geschat. Naast de directe zonuren bemonsteren we per gevel de hele hemelkoepel en tellen we hoeveel vrije hemel er overblijft. Dat is wat er binnenvalt op een bewolkte dag, en in Nederland is het twee dagen van de drie bewolkt. Directe zon en vrij hemelzicht wegen nu elk voor de helft mee in het gevelcijfer.
    • De hemelkoepel is daarbij niet richtingloos. Hemel recht boven je telt zwaarder dan hemel bij de horizon, en over een jaar komt een flink deel van het diffuse licht uit de buurt van de zonnebaan — in Nederland pal ten zuiden. Een vrije zuidgevel vangt daardoor ruim twee keer zoveel diffuus licht als een vrije noordgevel: gemeten 51% tegen 23% van wat een open plek ontvangt. We meten tegen die open plek en niet tegen wat een gevel zelf maximaal zou kunnen krijgen; anders komt elke onbelemmerde muur op honderd procent uit en verdwijnt de windrichting uit het cijfer.
    • De labelschaal vergelijkt woningen voortaan met andere woningen in plaats van met een leeg weiland. Een tuin op het zuiden met achterburen op twaalf meter is een goede Nederlandse tuin en krijgt een B in plaats van een C. De grens voor B gaat van 8,5 naar 7,2 uur en die voor C van 7,0 naar 6,0. De grens voor A blijft op 10,3 staan, zodat één forse boom ten zuiden nog steeds de A kost, D gaat van 6,0 naar 5,0, E van 4,5 naar 4,0 en F van 3,0 naar 2,8: een binnenhof in de grachtengordel blijft een E.
    • Twee nieuwe ijkcontroles bewaken het diffuse deel: een appartement met alleen een vrije noordgevel mag niet boven een D uitkomen, en een zuidgevel die tegen een muur aan kijkt moet lager scoren dan dezelfde gevel in het vrije veld. Beide zakten in de eerste opzet; ze staan nu in scripts/calibrate.ts naast de negentien bestaande controles.

    Effect: Op de 28 controleadressen gaan 19 labels omhoog, 9 blijven gelijk en 0 gaan omlaag. De verdeling wordt B 13 · C 7 · D 1 · E 2 · F 3 · G 2, was B 3 · C 9 · D 8 · E 2 · F 4 · G 2. De onderkant blijft vrijwel onaangeroerd: 7 adressen in E, F of G tegen 8 daarvoor. Het verschil tussen de ijkvoorbeelden zuidtuin en noordtuin is 0,69 uur, tegen 0,58 vóór deze wijziging. Op 30 september doorgerekend op de 163 gemelde adressen (meldingen tot en met 27 september), alle updates samen, vergeleken met wat de melder toen zag. Bij de 102 adressen met een melding over meer of minder zon gaat het aantal uren 79 keer in de gemelde richting, 12 keer ertegenin en 11 keer hooguit 0,2 uur. Ook bij gemelde adressen zonder zo’n melding kwamen er meestal uren bij (40 van de 61), en vijf op de zes kregen een hogere letter; gecorrigeerd voor die verschuiving (per woningtype en per periode) is het 57 keer mee, 21 keer tegen en 24 keer gelijk. Bij de 17 adressen die na 13 september meldden is dat 4 mee, 0 tegen en 13 gelijk. De updates zijn mede op deze meldingen afgestemd, dus dit is geen onafhankelijke toets.

  3. v5.1Berekening

    Een woning in een pand met meer adressen krijgt niet langer de tuin van het complex

    Aanleiding: Een bewoner vroeg waarom zijn appartement 151 m² buitenruimte kreeg toegewezen die hij niet heeft. De berekening las nergens hoeveel adressen er in een pand zitten, terwijl de pagina dat al wél toonde. De grond rond het gebouw werd zo aan elke woning in dat gebouw toegerekend, en die zone draagt 60% van het label. Een backtest op alle 170 meldingen via “Klopt dit niet?” bevestigde dat dit onderdeel inhoudelijk het meeste oplevert; diezelfde backtest wees op de randgevallen die nu als waarborg in de regel zitten.

    • Zit een adres in een pand met meer woningen, dan telt de grond eromheen niet meer mee voor het label. Die grond is van het complex. Het cijfer gaat dan volledig over het daglicht op de gevels, zonder de korting van 15% die voorheen gold: die stond er voor buitenruimte die we niet kónden vaststellen, en hier is niets onbekend.
    • Drie waarborgen houden woningen buiten de regel die er niet in horen. Zegt de huisnummertoevoeging zelf dat het om de begane grond gaat (H, hs, huis, bg), dan houdt het adres zijn tuin. Hetzelfde geldt voor een pand van één bouwlaag of lager dan 5 meter: daar kan niemand boven een ander wonen. Een pand zonder woonfunctie op dit adres, zoals een winkel met woningen erboven, laten we met rust.
    • Getest en niet doorgevoerd: de verdieping schatten uit het aantal woningen, de woningoppervlakte en het grondvlak van het pand. Getoetst tegen de verdiepingsvoorspelling van het Kadaster op 102 werkelijk opgezochte appartementen haalde die schatting 78% juist, terwijl botweg “gestapeld” aannemen 86% haalt. Het aandeel bewoners op de begane grond ligt rond de 10 à 20% en hangt niet samen met een van die kenmerken.

    Effect: Op de 28 controleadressen verandert er iets bij 7 adressen: 4 labels omhoog, 1 omlaag (een complex dat zijn toegerekende tuin verliest en op zijn eigen gevels lager uitkomt), 23 ongewijzigd. De waarborg op de huisnummertoevoeging houdt een benedenwoning in de Jordaan bij haar tuin; de verdiepingsvoorspelling van het Kadaster bevestigt dat die woning inderdaad op de begane grond ligt. Wat blijft staan is de benedenwoning mét tuin zonder zo’n toevoeging: die verliest hier haar tuin. Dat wordt opgelost met een eigen keuze naast de verdiepingkeuze, niet met een stille schatting.

  4. v5Berekening

    Gemeten gebouwhoogtes, bomen uit het hoogtebestand en het juiste pand via de BAG

    Aanleiding: Bewoners stuurden 136 meldingen via “Klopt dit niet?”. De meest genoemde oorzaken: een uitbouw, bungalow of lage buren die in de kaart te hoog stonden (31 meldingen), een tuinboom die ontbrak (10), het label van het buurhuis (6) en appartementen met balkon of dakterras (10). We hebben elke melding ingedeeld en de update getoetst op alle 133 gemelde adressen en op onze 28 controleadressen. Op 14 september aangevuld met zon per verdieping voor appartementen (op de pagina, in het 3D-beeld en in het Pro-rapport) en een duidelijker aanduiding van de buitenruimte die voor het label telt.

    • Gebouwhoogtes komen uit de 3DBAG van de TU Delft: gemeten per pand en per dakdeel. Een uitbouw of garage is een eigen, lager blok, en gevel en tuin beginnen aan de buitenkant van de uitbouw. Eerder rekenden we met standaardhoogtes, zoals 8 m voor elke woning en 14 m voor elk appartementengebouw.
    • Het pand volgt uit de BAG: de adreszoeker geeft het verblijfsobject mee, en daarmee rekenen we het pand van dát adres. De vier meldingen over een verkeerd pand, zoals nummer 1 in plaats van 3, zijn daarmee opgelost. Staat een pand nog niet in de kaart, dan rekenen we met de BAG-omtrek en een geschatte hoogte.
    • Bomen komen uit het Actueel Hoogtebestand Nederland: hoogte en dichtheid van de kroon per 2 m, ook in achtertuinen. Hoe langer de zonnestraal door dichte kroon gaat, hoe minder licht er doorkomt: in de zomer 20% na 10 m kroon, in de winter 55%. Gladde vlakken zoals daken, balkons en luifels tellen niet als kroon. Omdat het hoogtebestand bladloos is ingewonnen, laat een kroon in de winter het meeste door, en een plek telt als zonnig zodra minstens de helft van het licht doorkomt.
    • Een raam krijgt alleen zon als de zon vóór de gevel staat. Een gevelpunt op een hoek of naast een lage uitbouw kreeg eerder zon van achter de gevel. De gevelschaal is daarom opnieuw gemeten: 2,0 in plaats van 1,70. De labeldrempels bleven gelijk; de ijkscenario’s zijn opnieuw gemeten.
    • Een private achtertuin gaat voor een voortuin aan de straat. Een voortuin draagt het label alleen als er geen andere tuin is.
    • Het meetvenster ligt op het adrespunt uit de BAG, ook als je via een gedeelde link of het Pro-rapport terugkomt.
    • Bij een woning in een pand met meer adressen staat bij het label dat het over de omgeving op tuinhoogte en de gevels op ooghoogte van de begane grond gaat, en hoeveel zon de ramen rond het adres op de bovenste verdieping krijgen tegenover de begane grond. Onder “Bereken voor jouw verdieping” kies je zelf je verdieping en of je een balkon hebt, of een dakterras als de 3DBAG het dak als plat meet; dat geeft een indicatie op de labelschaal. De hele pagina rekent dan op die hoogte, met je verdieping en balkon in het 3D-beeld, en ook het Pro-rapport gaat over die verdieping. Het aantal bouwlagen is een schatting uit de 3DBAG of de gebouwhoogte, balkons staan niet in de kaartdata, en het label van het adres verandert er niet door.
    • Het 3D-beeld toont de bomen uit het hoogtebestand en de uitbouwen uit de 3DBAG.
    • Bij de buitenzijden heet de gemarkeerde zijde nu “Telt voor het label”, en ook het Pro-rapport noemt de buitenruimte die voor het label telt. Eerder stond er “Zonnigste plek”, terwijl een zonnige voortuin aan de straat niet meetelt als er een achtertuin is.
    • Getest en niet doorgevoerd: hagen en schuttingen uit het hoogtebestand, en een regel die een strook van minder dan 6 m liet afvallen naast een tuin van minstens 10 m diep. Bij meldingen over meer of minder zon bewoog het cijfer met de hagen 23 keer met meer dan 0,2 uur tegen de melding in en 2 keer in de gemelde richting, met de stroken 5 keer ertegenin en geen enkele keer mee. Een wijziging hoort het cijfer dichter bij de ervaring van bewoners te brengen, dus beide staan uit.

    Effect: Op de 133 gemelde adressen: bij meldingen over meer of minder zon beweegt het cijfer 61 keer met meer dan 0,2 uur in de gemelde richting en 13 keer ertegenin. Bij 8 van de 10 meldingen over een ontbrekende boom daalt het label. Waar melders concrete zonuren noemen, geeft het model in 85% van die uren ook zon (was 76%). Verdeling over 28 controleadressen: A 0, B 3, C 10, D 5, E 3, F 4, G 3.

  5. Pro-rapport

    Extra analyses in het Pro-rapport

    Aanleiding: Het Pro-rapport moest meer laten zien dan de labelpagina.

    • Zonkaart per meetpunt met de zonnigste plek in de tuin.
    • Waar de schaduw vandaan komt: de tuin wordt doorgerekend met en zonder eigen woning, buren en bomen, en per windrichting.
    • Vergelijking met de dichtstbijzijnde woningen, eerste en laatste uur zon per seizoen en een seizoensbalans.

    Effect: De labelberekening zelf veranderde niet.

  6. v4.1Berekening

    IJkscenario’s in het echte rekenregime, drempel A naar 10,3

    Aanleiding: Een tweede reviewronde controleerde de wijzigingen van v4 en de manier waarop deelkaartjes rekenen.

    • De ijkscenario’s draaien nu in precies hetzelfde regime als een echte woning, met meetlijnen tot 12 m. De ankers zijn opnieuw gemeten en vastgelegd met een marge van 0,3 uur.
    • Drempel A van 10,0 naar 10,3 bruikbare zonuren: een forse boom ten zuiden kost nu de A.
    • Het beschenen aandeel van de tuin, de kleur in de heatmap en het percentage in het rapport, is nu een echt tijdgewogen aandeel. Een tuin die voor 30% in de zon lag, kon eerder als 82% worden getoond.
    • Wegen worden eerst op afstand gesorteerd voordat we er maximaal 200 meenemen. Het label hing eerder af van de volgorde waarin de kaartserver ze teruggaf.
    • Bij lange gevels kijken we binnen 15 m van het adrespunt. Liggen daar te weinig meetlijnen, dan nemen we de vier dichtstbijzijnde in plaats van de hele gevel.
    • Het deelkaartje voor WhatsApp en LinkedIn rekent via hetzelfde pad als de labelpagina. Eerder toonde het bij 7 van 28 controleadressen een ander label.
    • Een adres in een leeg gebied, zoals zee of weiland, geeft direct de melding dat er geen gebouw is gevonden.

    Effect: Verdeling over 28 controleadressen: A 1, B 6, C 5, D 4, E 4, F 4, G 4.

  7. v4Berekening

    Het juiste pand, betere afkapping en geleidelijke bruikbaarheid

    Aanleiding: Een onafhankelijke review met acht invalshoeken en een praktijktest op 36 adressen leverde 34 bevindingen op. Onze eerste correctie in v3 bleek op een aantal punten door te schieten.

    • We rekenen het pand dat het adrespunt bevat. Eerder namen we het pand met het dichtstbijzijnde middelpunt, en bij 9 van 35 praktijkadressen was dat een ander pand, zoals een kiosk of een schuur.
    • Grote bouwblokken en binnenhoven die in de kaartdata als één geheel staan, worden nu meegenomen.
    • Voetgangersstraten en fiets- en voetpaden langs de rijbaan tellen niet meer als tuin. Bij 5 van 35 adressen telde een winkelstraat eerder als tuin.
    • Bruikbaarheid is geleidelijk: tussen 10% en 65% van de tuin in de zon loopt de waardering op van 0 naar 1, met een ondergrens van 8 m². Het alles-of-nietscriterium van v3 liet een vrije noordtuin winnen van een zuidtuin met achterburen, en een grote boom telde niet mee.
    • Meetpunten dicht bij de gevel wegen zwaarder: tot 6 m telt een punt volledig, op 12 m voor de helft.
    • De tuindiepte wordt precies tot het eerste obstakel bepaald in plaats van in stappen van 1,5 m.
    • Gevelschaal opnieuw gemeten op 1,70. Het label wordt bepaald op de afgeronde waarde die je in het rapport ziet.
    • Drempels B en C opnieuw afgeleid uit de ijkscenario’s: B van 9,0 naar 8,5 en C van 7,5 naar 7,0.
    • Appartementengebouwen krijgen standaard 14 m hoogte, andere gebouwtypes hun eigen standaardhoogte.
    • Woningen zonder herkenbare tuin: de beste overige buitenzijde telt 60% mee. Een woning zonder tuin kon eerder tot drie klassen hoger uitkomen dan dezelfde woning met een slechte tuin.

    Effect: Verdeling over 28 controleadressen: A 1, B 6, C 5, D 4, E 4, F 5, G 3.

  8. v3Berekening

    Het label telt tijd, niet oppervlakte maal tijd

    Aanleiding: Een tweede ronde meldingen van bewoners: labels voelden te streng, en één melder kreeg via de adreszoeker nooit een label te zien.

    • Het label telde oppervlakte maal tijd en toonde dat als tijd. Een tuin die de hele middag voor 60% in de zon lag, gold per uur als 36 minuten zon. Nu telt de tijd dat een bruikbaar deel van de tuin in de zon ligt; het beschenen aandeel staat apart in het rapport.
    • De gevelcorrectie van +2,0 uur had geen herleidbare bron. Die is vervangen door een factor 1,68, gemeten aan een ijkwoning in een leeg veld, en begrensd op 11,9 uur per dag: meer zon staat er in Nederland jaarrond gemiddeld niet boven de horizon.
    • Drempel A van 10,5 naar 10,0.
    • Buitenzones stoppen ook bij water. Een grachtenpand kreeg eerder tot 12 m tuin over de gracht.
    • De adreszoeker geeft suggesties tijdens het typen, via de PDOK Locatieserver van het Kadaster.

    Effect: De volgorde van woningen bleef grotendeels gelijk (rangcorrelatie met v2: 0,977); de middenmoot steeg. Verdeling over 28 controleadressen: A 3, B 4, C 6, D 6, E 4, F 4, G 1.

  9. v2Berekening

    Meet de tuin, niet de straat

    Aanleiding: Na de vermelding in Eigen Huis Magazine meldden bewoners dat hun label niet klopte.

    • Schuurtjes en garages kregen de hoogte van een woning, 7,5 m. Nu krijgen gebouwen een hoogte naar type en grootte, met een correctie voor schuine daken.
    • In plaats van één of twee meetpunten per tuinzijde leggen we een raster van meetpunten, om de 1,5 m tot 12 m van de gevel.
    • Het label werd bepaald door de zonnigste zijde van de woning, en bij 9 van 15 onderzochte adressen was dat de straat. Nu kiezen we de private buitenruimte, afgekapt op rijbanen en parkeerterreinen.
    • Bomen laten per seizoen een deel van het licht door: in de zomer ongeveer 20%, in de winter 55%.

    Effect: Gemiddeld 0,25 uur per dag lager. Verdeling over 28 controleadressen: B 2, C 5, D 4, E 9, F 6, G 2.

  10. Betrouwbaarheid

    Kaartdata betrouwbaarder ophalen

    Aanleiding: Nieuwe adressen gaven vaak een storingsmelding, doordat de publieke kaartserver ons afremde.

    • Kaartdata van een adres wordt bewaard, zodat een herhaalde opvraging direct klaar is.
    • Vier kaartservers worden tegelijk bevraagd; de snelste geldige reactie wint.
    • Bij drukte volgt een herhaalpoging, en als de volledige opvraging faalt een lichtere met alleen gebouwen en bomen.

    Effect: De labelberekening zelf veranderde niet.

  11. Betrouwbaarheid

    Geen minutenlange wachttijd meer bij een drukke kaartserver

    Aanleiding: Een trage kaartserver kon een berekening tot een minuut laten hangen.

    • Elke opvraging heeft een tijdslimiet, en een tweede server wordt tegelijk geprobeerd.
    • Weerdata valt bij een storing terug op het Nederlandse klimaatgemiddelde.
    • Bij een storing zie je een eerlijke melding met een knop om het opnieuw te proberen, in plaats van het advies het adres te controleren.

    Effect: De labelberekening zelf veranderde niet.

  12. v1Berekening

    Eerste versie

    Aanleiding: Lancering van het Zonnelabel.

    • Schaduwsimulatie per kwartier op de 21e van elke maand, met gebouwen en bomen uit OpenStreetMap.
    • Label: 60% beste buitenzone en 40% gevels, met een vaste gevelcorrectie van +2,0 uur.
    • Drempels A 10,5 · B 9,0 · C 7,5 · D 6,0 · E 4,5 · F 3,0.

De labelschaal door de tijd

Ondergrens per label in bruikbare zonuren per dag, jaarrond. Alles onder F is G.

VersieSindsABCDEFGevels
v630 september 202610,37,26,05,04,02,8½ directe zon × 2,00 + ½ hemelzicht (vrije gevel 0,37 = 11,9), max 11,9 u
v513 september 202610,38,57,06,04,53,0× 2,00, max 11,9 u, alleen zon van vóór de gevel
v4.17 september 202610,38,57,06,04,53,0× 1,70, max 11,9 u
v46 september 202610,08,57,06,04,53,0× 1,70, max 11,9 u
v36 september 202610,09,07,56,04,53,0× 1,68, max 11,9 u
v25 september 202610,59,07,56,04,53,0+ 2,0 u
v12 juli 202610,59,07,56,04,53,0+ 2,0 u

Vetgedrukt: gewijzigd ten opzichte van de versie ervoor. De uren van v1 en v2 zijn een andere maat, oppervlakte maal tijd, en daardoor niet één-op-één te vergelijken met v3 en later. “Gevels” is hoe het daglicht op de gevels wordt omgerekend voordat het voor 40% meetelt.

Zie je iets dat niet klopt?

Meld het via “Klopt dit niet?” bij je label of mail naar info@zonnelabel.nl. De meeste verbeteringen hierboven begonnen zo.

Bereken je Zonnelabel