Methodiek
Zo berekenen we het Zonnelabel
Je Zonnelabel is een letter van A tot G. Die zegt hoeveel zon en daglicht jouw woning krijgt, vergeleken met andere Nederlandse woningen. Hieronder leggen we stap voor stap uit waar die letter vandaan komt — en net zo belangrijk: wat we níét kunnen zien.
In het kort
- 1 · We bouwen jouw straat na in 3D: alle gebouwen met hun gemeten hoogte, en alle bomen.
- 2 · We zetten meetpunten in je buitenruimte en vlak voor je ramen.
- 3 · We laten de zon een heel jaar over die straat lopen en kijken elk kwartier waar schaduw valt.
- 4 · We meten ook hoeveel vrije hemel je ramen zien — dat is het licht op bewolkte dagen.
- 5 · Dat wordt één cijfer in uren per dag, en dat cijfer wordt je letter.
Waar het label antwoord op geeft
Wie een huis koopt of verkoopt wil eigenlijk twee dingen weten. Hoeveel zon heb ik buiten? Dat gaat over je terras, je tuin of je balkon: kun je er in april al zitten, of staat je tuin om drie uur al in de schaduw van de achterburen? En: hoe licht is het binnen? Dat is niet hetzelfde. Licht binnen komt maar voor een deel van directe zon. In Nederland is het twee van de drie dagen bewolkt, en dan valt al het licht diffuus uit de hemel naar binnen.
Het label beantwoordt ze allebei en vat ze samen in één letter. De buitenruimte weegt voor 60% mee, het licht op de ramen voor 40%. In het Pro-rapport zie je beide onderdelen apart.
Stap 1 · We bouwen je straat na in 3D
Eerst zoeken we het juiste pand. Bij elk adres hoort in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) een verblijfsobject: jouw woning, met een eigen punt op de kaart. Daarmee weten we precies in welk gebouw je woont en hoeveel adressen er in dat gebouw zitten — ook als de kaart een hele rij als één pand heeft getekend.
Daarna halen we alles op binnen 180 meter. De plattegronden komen uit OpenStreetMap, de hoogtes uit de 3DBAG van de TU Delft. Die hoogtes zijn niet geschat maar gemeten, per pand én per dakdeel. Een lage aanbouw naast het hoofdgebouw is in de berekening dus ook echt lager, en een garage werpt de schaduw van een garage. Staat een pand er nog niet in, bijvoorbeeld bij nieuwbouw, dan schatten we de hoogte uit het gebouwtype en de grootte.
Bomen halen we uit het Actueel Hoogtebestand Nederland: een laserscan van heel Nederland vanuit een vliegtuig. Het verschil tussen de bovenkant van de begroeiing en het maaiveld geeft ons per halve meter de hoogte en de dichtheid van elke kroon. Zo staan ook bomen áchter in de tuin in de berekening, niet alleen de straatbomen.
Stap 2 · Meetpunten rond de woning
Eén meetpunt zegt niets: dan bepaalt toevallig het plekje naast het schuurtje je hele label. We leggen daarom een raster aan van gemiddeld zo'n honderd punten per woning. In de buitenruimte staan ze om de 1,5 meter langs de gevel en tot 12 meter naar buiten, op 75 cm hoogte — de hoogte die ook in officiële bezonningsnormen wordt gebruikt. Punten dicht bij huis wegen het zwaarst: daar staat je terras en daar zit je. Voor de ramen staat een aparte rij punten, op 1,6 meter hoogte: ooghoogte.
Naar buiten toe stoppen we waar jouw ruimte ophoudt: bij het eerste gebouw, bij de weg (inclusief het fietspad of trottoir ernaast), bij een winkelstraat, een parkeerterrein of water. Zo meten we je tuin en niet de straat of het water ervoor. Punten die binnen bebouwing vallen, zoals de gedeelde muren van een rijtjeshuis, tellen niet mee.
Stap 3 · De zon een heel jaar laten lopen
Voor de 21e van elke maand berekenen we elk kwartier waar de zon staat. Dat is pure sterrenkunde: daar zit geen enkele schatting in. Vanuit elk meetpunt kijken we dan één vraag na: staat er iets tussen dit punt en de zon? Een huis, een dakkapel, een boom.
Een boom behandelen we niet als een muur. Hoe langer de zonnestraal door dicht bladerdek gaat, hoe minder licht erdoor komt, en een kale winterboom laat veel meer door dan dezelfde boom in juli. Een raam krijgt alleen zon als de zon ook echt vóór die gevel staat — niet van achteren over het dak heen.
Een moment telt pas als "zon in de tuin" als er iets bruikbaars in de zon ligt: minstens 8 m², ongeveer een tafel met stoelen. Daarboven telt het zwaarder naarmate een groter deel van je buitenruimte in de zon ligt. Zo wordt een tuin die de hele middag voor 60% in de zon ligt niet afgerekend als "0,6 uur zon" — je zit er gewoon in de zon — maar telt een tuin die permanent voor driekwart in de schaduw ligt ook niet als open tuin.
We rekenen bewust jaarrond en bewust zonder weer. Jaarrond, omdat een noordtuin die alleen hartje zomer zon vangt geen A verdient. Zonder weer, omdat bewolking in heel Nederland vrijwel gelijk is en dus niets zegt over jóuw huis. Wat je gemiddeld écht aan zon overhoudt inclusief bewolking, laten we apart zien bij je label.
Stap 4 · Licht als de zon niet schijnt
Zonuren zijn maar de helft van het verhaal. Op een bewolkte dag schijnt de zon nergens, en tóch is het in het ene huis licht en in het andere somber. Dat verschil zit in hoeveel hemel je ramen zien.
Daarom kijken we vanuit elk raampunt de hele hemelkoepel rond: van de horizon tot recht boven je, in alle windrichtingen. Per richting noteren we of je daar vrije hemel ziet of een muur. Wat overblijft noemen we het hemelzicht. Een gevel aan een plein ziet bijna alles wat een muur kan zien; dezelfde gevel in een steeg ziet een strook.
Niet elk stukje hemel telt even zwaar, en dat op twee manieren. Hemel recht boven je is bij bewolking ongeveer drie keer zo helder als de rand bij de horizon — dezelfde verdeling die architecten gebruiken als ze daglicht in een ontwerp berekenen. En over een heel jaar komt een flink deel van het licht uit de buurt van de baan die de zon aflegt, en die ligt in Nederland pal ten zuiden. Een vrije zuidgevel vangt daardoor ruim twee keer zoveel diffuus licht als een vrije noordgevel: gemeten 51% tegen 23% van wat een open plek ontvangt.
Dat we tegen een open plek meten en niet tegen wat die gevel zelf maximaal zou kunnen krijgen, is geen detail. Zou je elke gevel tegen zijn eigen maximum afzetten, dan komt elke onbelemmerde muur op honderd procent uit — een noordmuur net zo goed als een zuidmuur — en verdwijnt de windrichting uit het cijfer. Een eerdere versie deed dat, en toen kwam een flat met alleen een vrije noordgevel hoger uit dan een rijtjeshuis met een zuidtuin. Dat is in september 2026 rechtgezet.
Stap 5 · Van uren naar een letter
Alles komt samen in één getal: bruikbare zonuren per dag, gemiddeld over het jaar. De buitenruimte levert 60% daarvan. De ramen leveren 40%, en dat deel bestaat weer uit twee even zware helften: de directe zon die erop valt, en het hemelzicht uit stap 4. Het maximum is 11,9 uur — zo lang staat de zon in Nederland gemiddeld per dag boven de horizon. Hoger dan dat kan niemand komen.
Dan de belangrijkste vraag op deze pagina: waarmee vergelijken we dat getal?
Tot september 2026 lag onze schaal tegen het natuurkundige maximum aan. Een A betekende dat er werkelijk niets je zon wegnam. Het gevolg was dat een doodgewone goede Nederlandse tuin — op het zuiden, achterburen op twaalf meter — uitkwam op een C. Dat klopte wel, maar je had er niets aan: je kunt geen leeg weiland kopen, en een verkoper met een prima tuin las een zesje.
Sinds september 2026 vergelijken we woningen daarom met ándere woningen. Diezelfde tuin krijgt nu een B. Twee dingen hebben we daarbij bewust níét gedaan. De grens voor A staat nog precies waar hij stond, zodat een A blijft betekenen wat hij betekende: één forse boom ten zuiden kost hem nog steeds. En de onderkant schuift maar een half uur mee. Een binnenhof in de grachtengordel blijft een E en een echt donkere woning blijft een F of G. Een schaal die ook de sombere huizen mooi praat is binnen een week doorgeprikt door de eerste makelaar die twee panden naast elkaar legt — en dan is het hele label waardeloos.
De schaal — bruikbare zonuren per dag, jaarrond
Waar die grenzen vandaan komen
Niet uit een onderbuikgevoel. We rekenen acht bedachte standaardsituaties door met exact dezelfde berekening als een echt adres, en leiden de grenzen daaruit af:
- A · vrijstaand in een leeg veld: 11,9 uur
- A · rijtjeshuis, zuidtuin volledig open: 11,9 uur
- A · vrijstaand, grote boom 6 m ten zuiden: 10,3 uur
- B · rijtjeshuis, flat van 20 m op 15 m ten zuiden: 8,1 uur
- B · rijtjeshuis, noordtuin volledig open: 7,8 uur
- B · rijtjeshuis, zuidtuin, achterburen op 12 m: 7,2 uur
- C · rijtjeshuis, noordtuin, achterburen op 12 m: 6,9 uur
- E · rijtjeshuis tussen hoge binnenstadsbebouwing: 4,1 uur
Deze acht draaien opnieuw bij élke wijziging aan de berekening, samen met dertien harde controles: een leeg veld moet een A geven, één forse boom ten zuiden moet die A kosten, een zuidtuin moet minstens een half uur boven dezelfde tuin op het noorden uitkomen, een appartement met alleen een vrije noordgevel mag niet boven een D uit, en de binnenstad nooit boven een E. Zakt één van die controles, dan gaat de wijziging niet live.
Welke buitenruimte telt mee?
We kennen geen kadastrale erfgrenzen, dus leiden we uit de vorm van de omgeving af wat redelijkerwijs jouw buitenruimte is. Een zijde telt als tuin bij minstens 15 m², minstens 3 meter diep en niet direct aan de straat. Heb je meer kanten die in aanmerking komen, dan wint de achtertuin van de voortuin: als bewoners "de tuin" zeggen, bedoelen ze de achtertuin.
Vinden we helemaal geen zijde die als tuin doorgaat, dan verzinnen we er geen. De beste beschikbare buitenzijde telt dan toch voor die 60% mee, zodat een woning zónder herkende tuin niet hoger uitkomt dan dezelfde woning mét een matige tuin.
Woon je in een appartement?
Dan telt de grond rond het gebouw sinds september 2026 niet meer mee. Die grond hoort bij het complex, niet bij jouw adres. Deden we dat wél, dan kreeg iedereen in het gebouw dezelfde tuin toegerekend — en dat onderdeel is goed voor 60% van het cijfer. Je label gaat daarom volledig over het daglicht op je ramen: de zon die erop valt én de vrije hemel die ze zien. Woon je op de begane grond mét een eigen tuin, dan zien wij dat helaas niet: in de BAG staat niet op welke verdieping een woning ligt, en we hebben getoetst dat het ook niet betrouwbaar te schatten is uit de oppervlakte en het grondvlak van het gebouw. Met "Bereken voor jouw verdieping" geef je zelf je verdieping en je balkon of dakterras op; de hele pagina en het Pro-rapport rekenen dan op die hoogte. Dat is een indicatie naast het label van het adres, en verandert het label zelf niet.
Wat we niet kunnen zien
Elke berekening heeft grenzen, en je hebt er meer aan als wij ze zelf noemen dan wanneer je ze ontdekt.
Openbare kaartdata loopt soms achter
Het hoogtebestand is een momentopname. Recente nieuwbouw krijgt een geschatte hoogte, en een gekapte of pas geplante boom kan er nog wel of juist niet in staan. Schuttingen en hagen lager dan 3 meter rekenen we niet mee. In het 3D-beeld bij je label zie je precies welke omgeving is meegenomen — klopt daar iets niet, laat het ons weten.
We kennen je erfgrens niet
We kappen af op gebouwen, rijbanen, fiets- en voetpaden, winkelstraten, parkeerterreinen en water. Bij een kleine of ongebruikelijk gevormde tuin kan een enkel meetpunt net bij de buren liggen.
Van bomen weten we de vorm, niet de soort
Hoogte en dichtheid van de kroon zijn gemeten. Welke boom het is niet. We rekenen met een loofboom die in de winter kaal staat; een naaldboom houdt het hele jaar door meer licht tegen.
Ramen tellen we niet
We meten het licht dat op je gevel valt, niet hoeveel ramen daarin zitten of hoe groot ze zijn. Die gegevens zijn nergens landelijk beschikbaar. Twee woningen met dezelfde gevel maar heel andere ramen krijgen dus hetzelfde cijfer.
Dit is geen officiële bezonningsstudie
Het Zonnelabel is een indicatie, geen toets aan de TNO-norm of de lichte en strenge norm die bij bouwprojecten gelden. Voor juridische of bouwkundige doeleinden heb je professioneel onderzoek nodig.
Wat we hebben veranderd, en waarom
We houden een openbaar logboek bij van elke wijziging die labels kan veranderen, met datum, aanleiding en het effect op onze controleadressen. Zo kun je nagaan waarom een label anders is dan de vorige keer. Bekijk de modelupdates.
De aanleiding voor de meeste verbeteringen zijn bewoners zelf. Na de ronde van september 2026 bleek uit 136 meldingen dat we schuurtjes op woninghoogte zetten, dat het label vaak op de straatzijde werd bepaald en dat we oppervlakte en tijd door elkaar telden. Klopt jouw label niet met wat je dagelijks ziet, gebruik dan de knop "Klopt dit niet?" bij je label. Dat is onze belangrijkste bron.
De extra analyses in het Pro-rapport
Het Pro-rapport (PDF, te koop bij elk label) voegt vijf analyses toe. Ze gebruiken geen extra gegevens: het is dezelfde berekening, een aantal keer opnieuw uitgevoerd in je browser.
Waar de schaduw vandaan komt
We rekenen je buitenruimte vier keer door: in een leeg veld, met alleen je eigen huis, met de buren erbij en met de bomen erbij. Het verschil per stap laat zien wat elk ervan je kost. Per windrichting halen we de bebouwing er ook één voor één uit. Omdat schaduwen elkaar overlappen, tellen die posten niet precies op tot het totaal.
Zonkaart en terrasadvies
Voor elk meetpunt in je buitenruimte tellen we de uren directe zon per dag, jaarrond. De zonnigste plek is het punt met de meeste uren; je krijgt de afstand tot de gevel en de richting erbij.
Eerste en laatste uur zon
Voor 21 maart, juni, september en december: wanneer de zon je buitenruimte binnenkomt en wanneer hij weg is, bij onbewolkte lucht.
Vergelijking met de buren
De dichtstbijzijnde woningen (maximaal vier) rekenen we met dezelfde methode door in dezelfde omgeving. Zonder adressen erbij: het gaat om de ligging, niet om de bewoners.
IJkladder en seizoensbalans
Je cijfer naast de acht standaardsituaties hierboven, en per seizoen hoeveel bruikbare zon je buitenruimte vangt.
Kies je bij een appartement een verdieping, dan gaat het rapport over het balkon, het dakterras of de ramen op die hoogte. De zonkaart en de vergelijking met de buren vervallen dan: balkons staan niet in de kaartdata en de buren hebben hun eigen verdieping.
Databronnen & licenties
Gebouwen, wegen en omgeving: © OpenStreetMap-bijdragers (ODbL). Gebouwhoogtes en dakdelen: 3DBAG van TU Delft (3D geoinformation) en 3DGI (CC BY 4.0), bewerkt. Bomen: Actueel Hoogtebestand Nederland (Rijkswaterstaat, via PDOK, CC0), bewerkt. Adressen en panden: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (Kadaster, via PDOK). Klimatologische zondata: Open-Meteo (CC BY 4.0). Zonnestanden: astronomische berekening (SunCalc). Adressen zoeken: PDOK Locatieserver (Kadaster, BAG), met Nominatim als terugval.
Zelf proberen?
Gratis voor elk Nederlands adres; het Pro-rapport (PDF) koop je erbij voor € 4,95.
Bereken je Zonnelabel