Methodiek
Zo berekenen we het Zonnelabel
Het Zonnelabel is een geautomatiseerde bezonningsanalyse: we simuleren voor elk seizoen waar de zon staat en welke schaduw de omgeving werpt, en vatten dat samen in één A–G label. Hieronder staat precies hoe dat werkt — en wat de beperkingen zijn.
Stap 1 · De 3D-omgeving
Voor elk adres halen we uit OpenStreetMap de plattegrond en hoogte op van de woning zelf én van alle gebouwen binnen een straal van 180 meter, plus geregistreerde bomen met hun kroonomvang. Ontbreekt een gebouwhoogte, dan schatten we die op basis van het aantal verdiepingen of het Nederlandse gemiddelde (7,5 m — twee lagen met kap).
Stap 2 · Meetpunten rond de woning
Rond de woning plaatsen we automatisch tientallen meetpunten: per gevelzijde een rij punten vlak vóór de gevel op 1,6 m hoogte (daglicht door de ramen) en punten op 3,5 en 7 meter uit de gevel op zithoogte (terras en tuin). Punten die binnen naburige bebouwing vallen — zoals de gedeelde muren van een rijtjeshuis — vervallen automatisch.
Stap 3 · Schaduwsimulatie
Voor de 21e van elke maand berekenen we elke 15 minuten de exacte zonnestand (astronomisch, dus exact) en testen we per meetpunt of de directe zonstraal wordt onderbroken door een gebouw of boomkroon — een zogenoemde raycasting-analyse, dezelfde techniek die architecten gebruiken in bezonningsstudies. Zo ontstaat per zijde van de woning een compleet beeld: zonuren per maand, per klokuur en per dagdeel.
Stap 4 · Van zonuren naar label
Het label is gebaseerd op de potentiële zonuren per dag, jaarrond gemiddeld: het aantal uren dat een plek zon kán krijgen bij onbewolkte lucht. Bewust jaarrond — een noordtuin die alleen hartje zomer zon vangt, verdient geen A. En bewust zónder weer: dat is overal in Nederland vrijwel gelijk en zegt niets over de woning. De verwachte zonuren inclusief bewolking (klimatologie van Open-Meteo) tonen we apart in het rapport.
Labelschaal — potentiële zonuren per dag (beste buitenzone, jaarrond)
Ter referentie: een volledig vrije zuidtuin haalt ~11,5 uur per dag, een vrije noordtuin ~7 uur, een binnenstadstuin tussen hoge bebouwing ~4 uur. Het totaallabel weegt de beste buitenzone (60%) en het gevellengte-gewogen daglicht van alle gevels (40%); gevels worden op een eigen schaal beoordeeld omdat ze tegen een halve hemel aankijken.
Beperkingen — waar je op moet letten
Openbare data is niet perfect
Gebouwhoogtes zijn deels geschat en niet elke boom of schutting staat op de kaart. Het 3D-beeld in je rapport laat zien welke omgeving is meegenomen.
Perceelgrenzen kennen we niet
De meetpunten liggen tot 7 m uit de gevel; bij kleine tuinen kan een deel daarvan buiten het eigen perceel liggen.
Bomen rekenen we vol in blad
In de winter laat een kale boom meer zon door dan de simulatie aanneemt.
Geen formele norm
Dit is een indicatieve analyse, geen bezonningsstudie volgens de TNO-norm of "lichte/strenge norm" voor bouwprojecten. Voor juridische of bouwkundige doeleinden is professioneel onderzoek nodig.
Databronnen & licenties
Gebouwen, bomen en omgeving: © OpenStreetMap-bijdragers (ODbL). Klimatologische zondata: Open-Meteo (CC BY 4.0). Zonnestanden: astronomische berekening (SunCalc). Geocodering: Nominatim. Op de roadmap: officiële Nederlandse hoogtedata (AHN) en gebouwregistratie (BAG) voor nóg nauwkeurigere schaduwen.