Kennisbank
Daglichtberekening en daglichttoetreding: zo werkt het
Hoeveel daglicht komt er een woning binnen? Voor een bouwvergunning is daar een vaste rekenregel voor, NEN 2057. Voor wie een huis koopt, telt vooral wat de buren ervan overlaten. Op deze pagina allebei: wat de norm vraagt, en hoeveel licht een raam verliest door een gebouw aan de overkant.
Wat is daglichttoetreding?
Daglichttoetreding is het daglicht dat via ramen, deuren en dakramen een ruimte binnenkomt. Daglicht is meer dan zon: ook op een bewolkte dag komt er licht van de hele hemel. Hoeveel daarvan een raam bereikt, hangt af van de grootte en de plek van het raam, en van wat er buiten voor staat: gebouwen, bomen, een balkon erboven.
De daglichtberekening volgens NEN 2057
Voor een omgevingsvergunning toets je de daglichttoetreding met NEN 2057. Die rekent per ruimte de equivalente daglichtoppervlakte uit: het glas dat meetelt, vermenigvuldigd met twee factoren.
- Doorlaatoppervlakte: het glas van het raam. Glas lager dan 0,6 m boven de vloer telt niet mee.
- Belemmeringsfactor: hoe meer de gebouwen tegenover de hemel afschermen, hoe lager. Die hangt af van de belemmeringshoek: de hoek tussen het raam en de bovenkant van het gebouw aan de overkant.
- Overstek: een balkon, galerij of luifel boven het raam houdt licht van boven tegen.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving(Bbl, sinds 2024 de opvolger van het Bouwbesluit) vraagt bij nieuwbouw dat een verblijfsgebied in een woning een equivalente daglichtoppervlakte heeft van ten minste 10% van de vloeroppervlakte, en elke verblijfsruimte ten minste 0,5 m². Een woonkamer van 30 m² heeft dus minstens 3 m² ‘meetellend’ glas nodig. Voor bestaande woningen zijn de eisen lager.
NEN-EN 17037 en de daglichtfactor
Naast NEN 2057 bestaat de Europese daglichtnorm NEN-EN 17037. Die kijkt niet naar oppervlaktes maar naar lichtsterkte: een ruimte voldoet als er gedurende meer dan de helft van de daglichturen op minstens de helft van de vloer 300 lux daglicht is. In Nederland komt dat overeen met een daglichtfactor van ongeveer 2,1%: binnen is het dan 2,1% zo licht als buiten onder een bewolkte hemel. De norm bevat ook een aanbeveling voor directe zon in de ruimte. Architecten gebruiken hem voor ontwerpen; de wettelijke toets is NEN 2057.
Hoeveel daglicht verliest een raam door een gebouw tegenover?
Dit is wat je bij een huis het makkelijkst over het hoofd ziet. We rekenden het uit met dezelfde simulatie als het zonnelabel: een raam in een gevel, met aan de overkant een doorlopende rij gebouwen. Het getal is het daglicht dat overblijft, vergeleken met hetzelfde raam zonder iets ervoor. Klein ernaast: de belemmeringshoek.
| Gebouw tegenover | 6 m | 10 m | 15 m | 20 m | 30 m |
|---|---|---|---|---|---|
| 7,5 m hoog | 40% 48° | 60% 32° | 77% 22° | 88% 17° | 90% 11° |
| 12 m hoog | 14% 63° | 40% 48° | 57% 36° | 73% 28° | 77% 20° |
| 20 m hoog | 5% 74° | 14% 63° | 28% 52° | 41% 44° | 60% 32° |
Een rij huizen van 7,5 m hoog aan de overkant van een straat van 10 m neemt een raam op de begane grond al 40% van het daglicht af; bij 20 m afstand is dat 12%. Staat er een gebouw van 20 m hoog op 20 m afstand, dan blijft er beneden nog 41% over. Twee verdiepingen hoger scheelt veel: op de tweede verdieping (7,2 m) blijft er tegenover een gebouw van 12 m op 10 m afstand 73% over, tegen 40% op de begane grond.
En de zon in de winter?
Voor de directe zon is het effect in de winter nog veel groter, omdat de zon dan laag staat. Dezelfde situatie, voor een raam op het zuiden: het deel van de winterzon (oktober tot en met maart) dat overblijft.
| Gebouw tegenover | 6 m | 10 m | 15 m | 20 m | 30 m |
|---|---|---|---|---|---|
| 7,5 m hoog | 0% 48° | 21% 32° | 45% 22° | 59% 17° | 82% 11° |
| 12 m hoog | 0% 63° | 1% 48° | 21% 36° | 21% 28° | 48% 20° |
| 20 m hoog | 0% 74° | 1% 63° | 2% 52° | 3% 44° | 21% 32° |
In een straat van 6 m met huizen van 7,5 m tegenover krijgt een raam op de begane grond in het winterhalfjaar geen directe zon meer; bij 10 m nog 21%, bij 20 m 59%. Hoe zon en schaduw per maand en per uur over een adres lopen, zie je op de schaduwkaart.
Rekenwijze: raam 0,7 m voor de gevel, gevelwand tegenover 200 m lang; daglicht als hemelzicht onder een bewolkte hemel, zon voor een onbewolkte lucht, midden-Nederland, op de 21e van elke maand. Model v6, berekend op 2026-10-28. Dit is geen NEN 2057-berekening.
Daglicht bij het kopen van een huis
Een nieuwbouwwoning voldoet bij oplevering aan de daglichteis, maar dat zegt weinig over hoe licht hij voelt: de eis is een minimum, en een bestaande woning kan in een smalle straat liggen of achter een flat. Let bij een bezichtiging op de belemmeringshoek (hoe hoog moet je kijken om de lucht te zien?), op balkons boven de ramen en op bomen aan de zuidkant. Meer punten staan in de checklist voor de bezichtiging.
Het zonnelabel rekent voor elk adres uit hoeveel daglicht de gevels krijgen, vergeleken met vrije gevels op dezelfde plek, en hoeveel uur zon tuin en ramen per seizoen krijgen. Hoe dat werkt, staat in de methodiek.
Veelgestelde vragen
Wat is een daglichtberekening?
Een berekening van hoeveel daglicht een ruimte binnenkrijgt. Voor een omgevingsvergunning gebeurt dat volgens NEN 2057: per verblijfsruimte de equivalente daglichtoppervlakte, dus het glas dat meetelt, gecorrigeerd voor belemmeringen buiten en overstekken boven het raam.
Hoeveel daglicht moet een woning hebben?
Bij nieuwbouw moet een verblijfsgebied in een woning een equivalente daglichtoppervlakte hebben van ten minste 10% van de vloeroppervlakte, en elke verblijfsruimte ten minste 0,5 m². Dat staat in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor bestaande woningen gelden lagere eisen.
Wat is het verschil tussen NEN 2057 en NEN-EN 17037?
NEN 2057 rekent met oppervlaktes: hoeveel glas telt mee, na correctie voor belemmeringen. NEN-EN 17037 is de Europese daglichtnorm en rekent met lichtsterktes: hoeveel lux er in de ruimte komt, gedurende welk deel van de daglichturen. De wettelijke toets in Nederland gebeurt met NEN 2057.
Telt al het glas mee voor de daglichttoetreding?
Nee. Volgens NEN 2057 telt glas dat lager dan 0,6 m boven de vloer zit niet mee, en het glas dat wel meetelt wordt verminderd met een belemmeringsfactor (gebouwen tegenover) en een factor voor overstekken zoals een balkon erboven.
Kan ik zelf zien hoeveel daglicht mijn woning krijgt?
Het zonnelabel laat per adres zien hoeveel daglicht de gevels krijgen, vergeleken met een vrije gevel op dezelfde plek, met de echte gebouwen en bomen eromheen. Dat is geen NEN 2057-berekening (de ramen zelf staan niet in de kaartdata), maar het laat wel zien wat de omgeving wegneemt.
Een formele daglichtberekening voor een vergunning laat je maken door een bouwfysisch adviseur; voor bezonning tegen de TNO-norm is er de bezonningsstudie.